Model voor Software- en Systeemkwaliteit

ISO 9126

En de definities en synoniemen:

Kenmerk

Engels

Definitie

Synoniemen
en verwante begrippen

FUNCTIONALITEIT

functionality

Mate waarin het informatiesysteem functioneel correct is

Effectiviteit

Geschiktheid

suitability

Mate waarin de gewenste functies aanwezig zijn en geschikt om gespecificeerde taken uit te voeren

Functionaliteit (in enge zin), Passendheid, Volledigheid, Compleetheid

Juistheid

 

accuracy

Juistheid van de uitvoer van het systeem, overeenkomstig de invoer en de gespecificeerde bewerkingen.

Nauwkeurigheid, Plausibiliteit, Datakwaliteit

Koppelbaarheid

interoperability

Gemak waarmee het systeem gegevens kan uitwisselen met andere systemen

Connectiviteit

Functionele standaardisatie

 

compliance

Mate waarin de functionaliteit en de gebruikersinterface zich conformeren aan standaarden die extern worden opgelegd (bedrijfsstandaarden, wetgeving, systeemgerelateerde afspraken)

Standaardisatie, Inschikkelijkheid

Beveiligbaarheid

security

Mate waarin opzettelijk of abusievelijk ongeoorloofde toegang wordt voorkomen

Beveiliging

Traceerbaarheid

traceability

Mate waarin herkomst en correcte verwerking van data door het systeem op verschillende momenten in de verwerking gecontroleerd kan worden

Herleidbaarheid, Controleerbaarheid

Localiseerbaarheid

niet in extended ISO!

Gemak waarmee het systeem op locale omstandigheden (taal, karakterset, symbolen, wetgeving) aangepast kan worden.

 

Inrichtbaarheid

BETROUWBAARHEID

reliability

Mate waarin het systeem blijft functioneren, ook tijdens storingen

 

Volwassenheid

maturity

Mate waarin fouten en kinderziektes verholpen zijn en het systeem vrij blijft van storingen

Bedrijfszekerheid, Stabiliteit, Stabiliteit bij veranderingen

Beschikbaarheid

availability

Mate waarin het systeem op de gewenste tijden beschikbaar is voor de gebruiker

 

Foutbestendigheid

fault tolerance

Mate waarin het systeem bestendig is tegen bedoeld of onbedoeld onjuist gebruik en tegen fouten in aanpalende systemen

Robuustheid, Bestendigheid Fouttolerantie

Degradeerbaarheid

degradability

Mate waarin de essentiële functies van het systeem blijven functioneren tijdens en na storingen

Zelfherstellend vermogen, Veerkracht

Herstelbaarheid

recoverability

Gemak waarmee het systeem na uitval weer operationeel te maken is, zonder gegevensverlies

 

BRUIKBAARHEID

usability

Mate waarin het systeem geschikt is voor gebruik

 

Gebruikersvriendelijkheid

user friendliness

Mate waarin het product is afgestemd op de kennis en ervaring van gebruikers

Opm: dit is een apart subkenmerk, maar men kan terecht opmerken dat dit slechts een resultante is van andere subkenmerken.

Overzichtelijkheid

understand-ability, clarity

Gemak waarmee de gebruiker het concept en de mogelijkheden van het systeem kan overzien en vinden

Begrijpelijkheid, Begrijpbaarheid, Duidelijkheid, Toegankelijkheid

Leerbaarheid

learnability

Snelheid waarmee een gebruiker de functies van het systeem kan leren gebruiken

 

Bedienbaarheid

operability

Snelheid en gebruiksgemak voor (ervaren) gebruikers

Werkbaarheid, Gebruiksgemak, Gebruikersgemak

Duidelijkheid

explicitness

Mate waarin het systeem inzicht verschaft in de verwerkingsstatus (zandlopers, statusbar, …)

Inzichtelijkheid

Instelbaarheid

customisability

Mate waarin het systeem kan worden ingesteld op wensen van de gebruiker of de afdeling (voorkeursinstellingen, etc.)

Configureerbaarheid, Flexibiliteit, Aanpasbaarheid

Aantrekkelijkheid

attractiveness

Mate waarin het systeem door uiterlijk, gedrag en service, tegemoetkomt aan vaak onuitgesproken gebruikersverwachtingen, ook voor esthetiek, mode, etc.

Uitrustingsniveau, Look en feel

Behulpzaamheid

helpfulness

Mate waarin helpfuncties beschikbaar zijn

 

EFFICIENTIE

Efficiency

Mate waarin het systeem met beschikbaar gestelde middelen presteert

 

Tijdsbeslag

time behaviour

Responstijd, transactiesnelheid, snelheid batchverwerking

Performance, Tijdgedrag Responsiesnelheid

Middelenbeslag

resource behaviour

Hoeveelheid benodigde resources (netwerkcapaciteit, schijfruimte, geheugen; in- en extern)

Zuinigheid

OVERZETBAARHEID

Portability

Mate waarin het systeem ook goed werkt op andere hardware/platformen

 

Aanpasbaarheid

adaptability

Gemak waarmee het systeem overgezet kan worden naar een ander hardware/software-platform of naar een nieuwe versie daarvan

Overdraagbaarheid

Installeerbaarheid

installability

Snelheid en gemak waarmee het systeem ge(de)installeerd kan worden

 

Technische standaardisatie

conformance

Mate waarin het systeem zich houdt aan technische standaarden en afspraken, mede ten behoeve van de portabiliteit

Inschikkelijkheid, Naleving

Inpasbaarheid

replaceability

a. Het gemak waarmee het systeem een bestaand systeem kan vervangen

b. Mate waarin het systeem aansluit bij de bedrijfsprocessen en (handmatige) procedures

Vervangbaarheid

ONDERHOUD-
BAARHEID

Maintainability

Maat voor het gemak waarmee het systeem onderhouden kan worden

 

Analyseerbaarheid

analysability

Gemak waarmee de oorzaak van fouten opgespoord kan worden en waarmee te wijzigen onderdelen kunnen worden gevonden

Fouttraceerbaarheid

Wijzigbaarheid

changeability

Gemak waarmee het systeem gecorrigeerd, gewijzigd en verbeterd kan worden.

Corrigeerbaarheid, Veranderbaarheid

Stabiliteit

stability

Mate waarin onbedoelde effecten uitblijven na wijzigingen aan het systeem

 

Testbaarheid

testability

Gemak waarmee de juiste werking getest en gevalideerd kan worden

 

Beheerbaarheid

manageability

Gemak waarmee het systeem in operationele staat gebracht en gehouden kan worden.

Supportability, Exploiteerbaarheid

Herbruikbaarheid

reusability

Mate waarin (delen van) het systeem herbruikbaar zijn in andere systemen

 

Schaalbaarheid

niet in extended ISO!

Gemak waarmee het systeem uitgebreid kan worden bij een toenemend aantal gebruikers en behoefte aan meer snelheid, verwerkings- en opslagcapaciteit

Scalability, Uitbreidbaarheid, Extensibility


 

ISO 25010

ISO9126 is weliswaar nog goed bruikbaar, maar formeel opgevolgd door het ISO25010 model dat u hier vindt.

 

Achtergrond

De eerste editie van het ISO 9126 model stamt al uit 1991, toen het formeel werd vastgesteld als ISO/IEC-standaard. De nadruk ligt op de softwarematige kant en niet op de meer fysieke eigenschappen . Het model omvat de zes kwaliteitskenmerken Functionaliteit, Betrouwbaarheid, Bruikbaarheid, Efficiëntie, Onderhoudbaarheid en Overzetbaarheid. Elk kwaliteitskenmerk kent een aantal subkenmerken. Als synoniem voor kenmerken worden ook wel de termen eigenschappen, attributen of karakteristieken gebruikt.

In 1996 verscheen het onvolprezen boekje Kwaliteit van softwareproducten, dat veel heeft bijgedragen aan de popularisering van het model. Dit boekje introduceert het ‘extended ISO-model', waarin enkele eigenschappen aan het standaard ISO 9126 model zijn toegevoegd. Hiernaast ziet u de Nederlandse (SmarTEST) versie van het model, met nog twee extra sub-kenmerken: localiseerbaarheid en schaalbaarheid zijn toegevoegd omdat die in de SmarTEST praktijk gemist werden.

Spring naar de definities